Sneeuwfit zutphen
 
  archief pagina basis
   
   
   
   
   
   
   
 
 
 
SNEEUWFIT ZUTPHEN GE-EN ONTKETEND NAAR CORVARA (2017)
 
HEENREIS
Vrijdag 13 januari (!) was het zover: 22 deelnemers, waaronder ook sneeuwfitters, (10 vrouwen en 12 mannen) inclusief onze organisatoren Wil en Maria, aanvaardden de nachtelijke busreis naar het in de Dolomieten gelegen skidorp Corvara. De winterstemming werd benadrukt toen het bij Arnhem al begon te sneeuwen. Deze winterse omstandigheden bleken in Duitsland tot grote fileproblemen op de ‘autobahn’ te leiden. De aanblik van een geschaarde vrachtwagencombinatie tegen de vangrail bevorderde niet bepaald de stemming. Onze twee chauffeurs besloten, na de verkregen file informatie van de eerder vertrokken Heemstede bus, tot een alternatieve, lagergelegen route vlak langs de Rijn. Door de wat mildere wegcondities leek dit succesvol, totdat vlak voor Rüdesheim een ‘umleitung’ de bus weer uit het dal omhoog dwong. Het bleek een bochtige, ijzige bergweg met pittige hellingen. Moeizaam kropen we omhoog totdat een stoplicht roet in het eten gooide. We stonden midden in de nacht, in een ijzige, besneeuwde bosomgeving stil op een smalle, gladde hellende weg. Wat de chauffeur ook probeerde, we kwamen geen cm meer omhoog. Inmiddels was de achterkant van de bus al slippend de vangrail akelig dicht genaderd en stonden we scheef op de weg. Wat nu? Een sleepwagen zou een oplossing zijn, maar vindt die maar eens midden in de nacht. Dus dan maar sneeuwkettingen proberen. Voor één van de chauffeurs was dit een volkomen nieuwe ervaring: hij had in 27 jaar wintersportbestemmingen rijden nog nooit een ketting hoeven om te leggen. Na veel geploeter en bijna 2 uur verder zaten de kettingen erop. En ja hoor, we kwamen cm voor cm weer omhoog. Na 9 km bergweg konden de kettingen er weer af en draaiden we bij Wiesbaden de ‘autobahn’ weer op. Met aangepaste snelheid als gevolg van de sneeuwval ging het verder tot de Brennerpas in Oostenrijk. Hierna waren de wegcondities gelukkig beter, omdat aan de zuidkant van de Alpen aanmerkelijk minder sneeuw was gevallen. Uiteindelijk bereikten we na een barre reis, behoorlijk vermoeid, om één uur zaterdagmiddag ons hotel even buiten Corvara. We hadden er 19 uur over gedaan; 4 uur langer dan normaal.

HOTEL(VERBLIJF)
De aanblik van het hotel op een hoogte van circa 1.700 m maakte veel goed: vlakbij een skilift, staalblauwe lucht, zon en voldoende sneeuw. Ons 3 sterrenhotel Planac bleek niet alleen uit te blinken in ligging, maar vooral ook in overvloedige maaltijden van goede kwaliteit. Met name waren de toetjes indrukwekkende caloriebommen; en natuurlijk ontbrak de welbekende tiramisu niet. Letterlijk betekent tira mi su: trek mij eruit (erop); een probaat middel als je er na een vermoeiende skidag doorheen zat. Het bedienend personeel was uiterst vriendelijk en behulpzaam en deed er alles aan om het ons naar de zin de maken. Zo werd er zondagavond, tezamen met de Heemskerkgroep, een welkomstdrankje aangeboden vergezeld van een overvloed aan hapjes. Woensdag- en donderdagavond was er zelfs live music door een gitarist en zangeres ondersteund door een synthesizer. Voor velen was het terug naar de muziek van hun jeugd en er werd dan ook duchtig meegezongen. De ‘die hards’ schuwden zelfs de dansvloer niet. De vrouwelijke bartender van het hotel bleek zich tot verbazing van velen te ontpoppen tot een echte gangmaakster als het om dansen ging. De woensdagavond werd ook nog bijzonder omdat Aad en Maria ons hele gezelschap een drankje aanbood ter gelegenheid van hun verjaardag. Een dag later was haar broer Aad jarig; hij werd tijdens het diner uitbundig toegezongen. Dit was blijkbaar te veel voor een heer uit het Westland, hij moest een beetje ziek voortijdig zijn bed opzoeken.
Het zonneterras van het hotel was een goede plek om eens een dagje te luieren als je even een dagje wilde uitrusten van de ski-inspanningen. Sommigen gingen door de weinig frequente busverbinding dan te voet naar het dorpje Corvara, maar daar deed je dan via de autoweg gemiddeld 45 minuten over. Niet echt een aanrader. Ellen, die door omstandigheden even niet kon skiën, kan erover meepraten.

SKIGEBIED
Voor velen van de groep was het een weerzien van een prachtig, uitgestrekt skigebied, dat wat hoogte betreft varieert van circa 1.500 m tot circa 2.200 m. Het grootste deel ligt beneden de boomgrens en dat maakt het landschappelijk aantrekkelijk. De ‘echte’ fotografen van de groep Cees en Frank kwamen ruimschoots aan hun trekken. De sneeuwconditie van de pistes, in meerderheid blauw en rood, was dankzij de vele sneeuwkanonnen prima. Het weer was de hele week zonnig, maar ’s morgens vroeg wel koud ( -11 a -17). De eerste dag, zondag, was een gezamenlijke skidag op blauwe pistes onder leiding van Rinus. Zo kon eenieder vaststellen hoe het met zijn of haar skivaardigheden was gesteld. Dit was niet onbelangrijk bij het maken van een keuze voor een subgroepje. Overigens kon je per dag van groepje wisselen. Niets moest, alles kon. Voor de nieuwelingen vader Fred en zoon Frank en Jan, schrijver van dit verslag, was dit een prettige aanpak. De tweede dag, maandag, stond de ‘snelle’ groep te popelen om de fameuze Sella Ronda, een skitour van 42 km rond het imposante Sella-massif, clockwise te maken. Gevolgd door een minder snelle groep van drie. Deze haalde zelfs de eerste groep in door elkaar bij toeval tijdens de lunch te treffen in rifugio Fodom. Omdat de verhouding tussen skitijd en tijd in de liften niet ideaal is, moest je toch wel opschieten om voor het sluiten van de liften weer bij het hotel te zijn. De twee stukjes zwarte piste na de lunchstop waren voor Martha en Nico van het tweede groepje daarom een noodgedwongen uitdaging. Dinsdag ging er een groep op weg naar Santa Christina, dat een aardig plaatsje schijnt te zijn. Helaas is die groep er nooit gekomen. Deze zogenaamd snelle groep is er in de haast voorbij geskied. Haastige spoed is inderdaad zelden goed. Woensdag ging het grootste deel van de groep naar iets bijzonders: de paardensleeplift. Om er te komen werd eerst naar Armentarola geskied en vandaar met busjes omhoog naar de 2.100 m hoge Passo Falzarego en vervolgens per gondel (ongeveer 60 personen als haringen in een ton) naar de Lagacio op 2.778 m hoogte. Vanaf hier via de rode piste 1.000 m omlaag naar de paardensleeplift, onderweg een interessante ijswand passerend.
Twee oude knollen die aan twee lange touwen ongeveer 50 skiërs voort trekken heeft wel wat folkloristisch. Donderdag was voor degenen die de smaak maandag te pakken hadden gekregen, de dag van de anti-clockwise Sella Ronda (de zogenaamde groene route). Vrijdag gingen twee groepjes richting Badia naar een mooi oud kerkje uit de 15e eeuw Santa Croce op 2.045 m hoogte, dat goed per ski was te bereiken. Bij enkelen kwam hun katholieke jeugd weer terug. De stemming werd bijna devoot, maar de lunch in de naastliggende rifugio bracht ons weer terug in de culinaire werkelijkheid. De laatste dag, zaterdag, werd door de meesten aangegrepen om nog even van het weer en de pisten te genieten. Voordat we de geplande terugreis om 19.00 zouden aanvaarden, hadden Maria en Wil gelukkig nog een bescheiden maaltijd in het hotel kunnen organiseren.
Helaas werd de in alle opzichten prachtige skiweek overschaduwd door de heupfractuur van Elly als gevolg van een ongelukkige val op de laatste dag. Ze moest achterblijven in het ziekenhuis, ondersteund door Wil, en is later met een gipsvlucht naar Nederland vervoerd. Elly moet nog wel enige tijd revalideren maar het gaat gelukkig wel de goede kant op.
Jan Kruizinga